Vragen over tarieven, opdrachten of projecten die ik voor je kan doen? Ik hoor het graag!

 

t. 06-14661504

Twitter

Facebook

LinkedIn

KvK: 69686602

 

         

123 Street Avenue, City Town, 99999

(123) 555-6789

email@address.com

 

You can set your address, phone number, email and site description in the settings tab.
Link to read me page with more information.

blogs

Tim Pardijs vertelt over zijn leven als schrijver, lezer, docent en huisman. 

Tassen

Tim Pardijs

Een fiets achtergebleven na een logeerpartijtje, was van twee dagen in een koffer, een stapel uitgelezen kranten in de mand, het boek besteld, opengeslagen, de eerste paar bladzijden gelezen en dichtgeslagen opzij gelegd, boodschappen in uitpuilende tassen, berichten die om een antwoord vragen; de dingen moeten terug op hun plek. Een overnachting gisteren ergens anders, gevolgd door een succesvol gesprek over nieuw werk haalden de dingen van hun plaats. Ik vertrok en liet los, kom terug en pak op. Een nieuwe opdracht tilde me op, en nu moet ik weer ergens terecht komen. Want dat nieuwe werk, hoe past het tussen de websites die ik schrijf, het ondernemingsplan waar ik aan werk, de gastlessen voor basisscholen en de teksten voor het communicatiebureau. Ik moet alle dingen op een plek zien te leggen, op zo’n manier dat ik zonder te zoeken alle benodigdheden kan pakken en gebruiken in de nieuwe week, om zo mijn geld te verdienen en ook nog eens succesvol te zijn. Want succes bestaat niet uit komen opdagen en geld binnen zien komen, succes is tevreden zijn met wat ik doe en de manier waarop ik het doe.

Brieven

Tim Pardijs

Opstand in het kalme Zutphen? Zeker. In de archeologiezaal van het Stedelijk Museum komt het thema van de Maand van de Geschiedenis terug in geëxposeerde brieven. In een van de lijsten zien we linksboven een man in een versierde mantel op een troon zitten. Hij ontvangt een brief. Deze man, hertog Karel van Gelre, zien we op een ander plaatje achter tralies, terwijl hij iemand door de spijlen heen de hand drukt. Weer een afbeelding verder staat de hertog buiten, terwijl de man die de handdruk kreeg achter de muren van de toren verdwijnt. Hij roept de hertog nog wat na, de woorden zijn weergegeven in een tekstwolkje. Deze brief was vijfhonderd jaar geleden in heel Gelre te zien op muren en deuren, de social media van de Middeleeuwen. De graaf van Meurs riep vanuit zijn cel Karel van Gelre op hem te bevrijden uit de Franse gevangenis. Hij had de plaats van de hertog ingenomen, die daar opgesloten was na een verloren veldslag. De druk gebarende en pratende personages die terugkomen op de opeenvolgende plaatjes, zorgen voor een spannende en levendige weergave van dit verhaal. Onder meer vanwege het gebruik van de tekstwolkjes wordt het wel de oudste strip van Nederland genoemd. De campagne van Bernard van Meurs was overigens een succes, een familielid koopt hem uiteindelijk vrij.

Dubbeltje

Tim Pardijs

Hoe werd Maarten Biesheuvel wakker vandaag? Gisteren weerstond de man die een dubbeltje vol vervreemding kan beschrijven (‘of is het gewoon een pil, een pil tegen de angst?’, uit verhaal ‘De angstkunstenaar’) de priemende vragen en het hagelende applaus van De Wereld Draait Door. Net terug uit de psychiatrische inrichting zat hij in de uitzending voor zijn nieuwste bundel Verhalen uit het gekkenhuis. Ook ‘De angstkunstenaar’ staat hierin. Tijdens de razende inleiding van Matthijs van Nieuwkerk komt hij voor het eerst in beeld. Een lange man met een bril, schuin achterover leunend in zijn stoel, gekleed in een lichtblauwe trui. Zijn hand trilt, zijn borst gaat snel op en neer. De visagiste heeft zijn rechtopstaande grijze haar ongemoeid gelaten. Zijn trillende hand grijpt in dat haar als hij spreekt. Dan leest hij voor uit briefjes die hij vanuit het gekkenhuis stuurde aan zijn vrouw Eva. Bij de zin ‘ik houd het hier niet uit’ tast iets dat uit zijn buik omhoog komt, zijn stem aan. De tijd, de tekst is een jaar geleden geschreven, bestaat niet meer. Het papier en de twee lichtblauwe kaften verdwijnen. Hij lijkt zich even weer te voelen alsof hij in de inrichting in Leiden zit, in plaats van onder de zinderende televisielampen van een Amsterdamse televisiestudio.

Penseel

Tim Pardijs

Het is dit keer de onverklaarbare schittering midden op het doek die ervoor zorgt dat ik maar blijf kijken naar het zelfportret van Willem den Ouden. We zien de schilder schuin van onder. Hij kijkt omhoog en houdt zijn rechterhand met penseel omhoog tegen de zon, schaduw valt over zijn gezicht. De overheersende kleur van het doek is blauw, het blauw van een wolkeloze lucht aan het eind van een zomerdag. Het overhemd dat hij draagt en de achtergrond zijn geschilderd in die kleur, waardoor hij deels opgaat in het hemelsblauw.
Het is een overgangsdoek, legt kunstjournalist Gijsbert van der Wal uit in zijn boek De portretten van Willem den Ouden (Varik 2018). Na jaren de landschapsschilderijen gemaakt te hebben waar hij zo bekend mee is geworden, maakte Den Ouden in 2007 voor het eerst weer een zelfportret. We zien niet de zon, die zelfs op zijn doeken met een bewolkte hemel onverbiddelijk centraal staat en die als cirkel in veel recente zelfportretten terugkeert, maar we kijken naar de schilder van de zon. Willem den Ouden baadt in het zonlicht en we zien hoe hij de stralen hanteert. En zelfs in de schaduw die over zijn ogen valt, daar waar er geen direct licht voor een weerkaatsing kan zorgen, schittert die zon.

De dingen zijn alleen (5)

Tim Pardijs

Rutger Kopland zit aan een donkerbruine glanzende tafel, laag zonlicht valt over het hout en ineens overvalt hem een geluksgevoel. De dichter vertelt hierover in de lezing ‘Dankzij de dingen’, het dankwoord bij de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs in 1988, dat is opgenomen in Koplands essaybundel Het mechaniek van de ontroering. Het donkerbruine hout doet hem terugdenken aan de gelukkige zomers in het huis van zijn grootouders, waar ‘alles’ van glanzend donkerbruin hout was: de eetkamer, de woonkamer, de zolder. Maar de tafel en de zon erop doen meer dan alleen een herinnering oproepen. ‘het was geen morgen, geen middag of avond, het was alles tegelijk. Tijd en ruimte waren weg.’ In deze intense geluksbeleving hebben de voorwerpen een grotere zeggingskracht: ‘dingen die niets over zichzelf zeggen dan dat ze er altijd zijn geweest, er zijn en er altijd zullen zijn, en daarmee over onszelf zeggen dat wij gemaakt zijn van tijd.’ Wat Kopland met deze existentieel getinte uitspraak zegt, is dat de herinnering verbonden aan een voorwerp ons het verschil laat zien tussen mensen en dingen. Wij zijn verder gegaan in de tijd, de dingen zijn gebleven. Ze zijn even ons verlengstuk, als we ze gebruiken, maar daarna laten we ze weer alleen.

Verveling

Tim Pardijs

Het verveelt me soms, het schrijven over de schemerlamp, de tuinbank, de plank in de keuken, het konijnenhok, het dak. Voordat ik de bureaustoel beschreef, zat ik tien minuten met mijn vulpen in mijn handen. Open, dicht, liet ik de metalen dop over het schroefdraad glijden. Open, dicht. Ik vond in mezelf geen licht dat op de dingen scheen, zodat ik ze niet meer kon beschrijven.
Ik schreef toch. Niet alleen omdat ik mezelf de opdracht heb gegeven om na de stad en de vinex-wijk nu mijn huis en de voorwerpen erin te beschrijven, maar vooral ook omdat ik geloof dat er achter de verveling iets te vinden is. En dat heeft iets te maken met wat Maarten Biesheuvel zegt, geciteerd door Rob Schouten in Trouw in een artikel over de bundel Verhalen uit het gekkenhuis: ‘de angst van het niet meer begrijpen, van het niets meer begrijpen, de angst de zwaartekracht haar geheim te ontfutselen, te snappen wat een bureaublad is, wat een speldeknop en wat wroeging, schuld en pijn. Is er wel iets, zijn wij niet allen gedroomd of misschien iemands herinnering?’ Ik ontfutselde al schrijvende een stukje van het geheim van mijn krakende bureaustoel en leerde al doende iets nieuws over mezelf.

Bureaustoel

Tim Pardijs

Ik had het niet door in de winkel voor tweedehands kantoorartikelen. Ik voelde me ook opgejaagd. Misschien kwam het door een teveel aan koffie, een tekort aan tijd (kinderen die ergens op me wachtten), of door een kater, of alles samen. Dus toen ik thuis kwam en de nieuwe bureaustoel op mijn pas ingerichte zolderkamer zette, erop ging zitten, achterover leunde en er een hoog krakend geluid uit de rugleuning kwam, was ik onaangenaam verrast. Ik pakte een spuitbusje olie en bespoot elk bewegend onderdeel van de stoel, maar daarna kraakte hij nog steeds. En dat is hij blijven doen, de afgelopen zeven jaar. En elke keer als ik mijn bureaustoel hoor kraken, worden mijn gedachten onderbroken en denk ik aan die middag in de winkel voor tweedehands kantoorartikelen.
Gratis meenemen, vermeldt het briefje op de grote directiebureaustoel op de oprit van een buurman. Hij heeft veel wielen en dikke zwarte met leer bekleedde kussens. De zitting staat iets achterover gekanteld. Ik stel me voor dat deze stoel op mijn werkkamer staat en besluit het niet te doen. Als ik op mijn bureaustoel zit en achterover leun om naar buiten te kijken, me uit te rekken, naar het plafond te staren of rustig iets te lezen, dan kraakt de rugleuning.

Bank in de tuin

Tim Pardijs

Het grijze onderstel maak ik met vier inbus-schroeven vast aan de zitting: een grote rechthoekige mand, open aan een kant, gemaakt van ijzeren buizen waarover verticaal mintgroene rubberen draden gespannen zijn. Op de platte ijzeren balken leg ik horizontaal een groot donkergrijs kussen, twee kleinere rechtop tegen de draden van de achterste leuning. Ik zet de bank in de zon, pak mijn boek en ga zitten. Na een paar minuten lezen, herschik ik de kussens en verander van positie.
Als ik van mijn boek opkijk, ziet de tuin er ineens anders uit. De heg staat als een muur om het gras en de perken met struiken heen, de witte daklijst van het tuinhuisje versiert de achterste wand, de vensters van de achterburen kijken vriendelijk naar beneden en ik voel de zon op mijn benen en mijn armen. Het is warm en het is zacht hier, alsof ik binnen ben, terwijl mijn plek in de tuin, de tuin zelf en de dingen in de tuin niet veranderd zijn. Wat nieuw is, is mijn houding. Ik lig met mijn rug schuin achterover tegen de kussens van de zijleuning, mijn benen op gelijke hoogte met mijn heupen languit voor me uitgestrekt.

De dingen zijn alleen (4)

Tim Pardijs

De dingen zijn alleen als wij elders zijn. Met onze gedachten, maar ook met ons lichaam. Maar we kunnen de dingen meenemen, laat Albert Camus mooi zien in De vreemdeling:

‘In het begin was ik snel klaar. Maar elke keer dat ik opnieuw begon duurde het wat langer. Want ik herinnerde me ieder meubelstuk en van elk daarvan ieder ding dat er zich op bevond en bij ieder ding elk detail ervan en bij de details zelf, ieder korstje, elke barst of beschadigde rand, de kleur ervan of de nerf. Tegelijk probeerde ik de draad niet te verliezen en een complete lijst te maken van mijn inventaris. En zo kon ik na een paar weken al uren doorbrengen met alleen maar op te sommen wat er in mijn kamer stond. Dus hoe langer ik nadacht, hoe meer vergeten of veronachtzaamde dingen ik opdiepte uit mijn geheugen. Ik heb toen begrepen dat iemand die maar één dag geleefd had zonder moeite honderd jaar in een gevangenis zou kunnen leven.’ (Uit: De vreemdeling, Albert Camus (Amsterdam 2013), p.90, 91)

Bungelen

Tim Pardijs

‘Mag ik je straks mijn nieuwe plek laten zien?’, vraagt ze aan tafel. Na het eten lopen we naar het park aan het begin van de wijk, waar ze op het voetbalveld in een paar bewegingen bovenop een metalen doel klimt. Ik volg haar. Dat gaat niet makkelijk, vooral bovenop de kooi drukken de ijzeren stangen hard in mijn knieën en dijbenen, maar als ik zit is het best prettig. De schuin achterover lopende helling van het dak van het doel heeft precies de goede hoek zodat het lichaamsgewicht evenwichtig verdeeld wordt over de drukpunten. Met de lat in onze knieholtes, de benen naar beneden bungelend (met een lichaam van bijkans twee meter kan ik mijn benen nooit meer ergens laten bungelen), kijken we rond. De lichte gevels van de vinex-huizen omringen de groene ruimte. Veel ramen staan open. Twee jongens voetballen op het veld. Mensen laten hun hond uit, hun commando’s klinken over het veld. Kinderen ratelen op stepjes over fietspaden. Auto’s draaien van de ring over de rotonde de wijk in, ze golven voor de huizen langs over de drempels, trekken daarna op. Een warme wind beweegt haar haar, streelt onze armen. Ze zegt: ‘Hier word ik rustig.’

De dingen zijn alleen (3)

Tim Pardijs

Omdat kamer en straat nieuwe functies hebben, zijn de dingen aan hun lot overgelaten, maar dat is ook onze eigen schuld, stelt Valeria Luiselli. Aanhakend bij de gedachte dat de moderniteit begon met het wegvallen van de grenzen tussen privé en publiek gebied, stelt de in New York wonende Mexicaanse in haar essaybundel Valse papieren dat we daardoor niet meer weten wanneer we buiten en wanneer we binnen zijn. ‘Aangezien we op straat niet langer eenzaam kunnen rondslenteren, en we in ons eigen huis niet met onszelf bezig kunnen zijn zonder dat een van de computervensters onze tekortkomende aandacht trekt of zonder dat de buren zich gaan ophouden in het achterkamertje van cerebellum (…) kunnen we alleen nog kleine en vluchtige intimiteiten oprichten in vreemde ruimtes.’ Het verklaart de aantrekkingskracht die hotelkamers en kloostercellen op mij hebben. Alleen als we geen wifi hebben of als de batterij leeg is zien we soms ineens iets in een kamer zoals we het niet eerder zagen. Albert Camus laat het in De vreemdeling zijn hoofdpersoon Mersault zo mooi eenvoudig beleven: ‘Ik heb de ramen gesloten en toen ik terugliep zag ik in de spiegel een stuk van de tafel waar mijn spirituslamp op stond, met stukken brood ernaast.’

Tuinstoel op versnellingspook

Tim Pardijs

Ik klap de achterbank van de auto naar beneden en leg landbouwplastic in de achterbak. Uit de tuin pak ik het konijnenhok en til het naar de auto. Acht weken geleden overleed ons konijn. Op een ochtend lag hij stijf in een hoek van zijn hok. De vliegen die al weken om zijn achterste zwermden, we zouden snel naar de dierenarts, werden niet meer gestoord. Uit de garage pak ik ook de hekken van zijn ren en leg het allemaal in de auto. 
Achter de containers vandaan pak ik de kapotte tuinstoel. Toen een van onze gasten er deze zomer doorheen zakte, schrok ik, lachte hardop en vroeg daarna pas hoe het met hem ging. Ik wist daarna niet hoe snel ik een andere stoel voor hem moest pakken. Als ik de deur bij de bijrijdersstoel sluit, duwt hij de tuinstoel verder naar binnen. Achter het stuur blijkt dat ik niet kan rijden omdat de leuning van de tuinstoel bovenop de pook ligt. Ik wrik de tuinstoel wat heen en weer tot ik kan schakelen van een naar twee naar drie. Bij de stortplaats zie ik op de weegbrug dat de auto 1170 kilo weegt. Bij vertrek nog maar 1140. Ik betaal 4 euro en 10 cent maar voel een lichtheid die meer waard is.
 

Knuffelen met Ida Gerhardt

Tim Pardijs

‘Wie zich voor de meetkunde afsluit, hoort echt niet onder mijn dak’, citeert biograaf Mieke Koenen Ida Gerhardt tijdens haar lezing over de band van de dichteres met beeldhouwkunst, uitgesproken voor de officiële onthulling van Gerhardts beeld in Zutphen. Streng kon de schrijfster zijn, en kieskeurig op haar gezelschap. Uitgever Ad ten Bosch, lang bevriend met Gerhardt, haalt herinneringen op aan de blikken die ze hem in gezelschap toewierp als ze de mensen om zich heen moe was. Dan was het tijd om te gaan. 
Als de sprekers klaar zijn, verplaatst het gezelschap zich naar het beeld van Gerhardt op de IJsselkade. Zo’n honderd mensen staan in een kring om het in doek gehulde beeld heen. De groep laat rondom een ruimte van enkele meters vrij. De burgemeester en beeldhouwster Herma Schellingerhout doorbreken de cirkel. Samen halen ze het bruine doek weg. Na het applaus vraagt een fotograaf de twee vrouwen te poseren bij het beeld. Met een brede lach gaat Herma achter het beeld staan en legt haar kin bovenop het hoofd van Ida. De kring breekt als de burgemeester zegt dat de mensen dichterbij mogen komen. Ze raken het donkere brons aan, leggen een arm om Gerhardts schouder, een hand op haar arm, gaan lachend met haar op de foto.

Water vegen

Tim Pardijs

Het ruikt anders in de garage. Op weg naar de doos voor oud papier blijf ik staan en snuif de lucht op. Nu hoor ik ook getik, het komt van boven de stellingkast die tegen de linkermuur staat. Als ik omhoog kijk naar de donkere vlekken die er al langer zitten, zie ik iets glinsterends naar beneden vallen. Het landt op het opblaasbare zwembad dat ik opgevouwen bovenop de stellingkast heb neergelegd. Ik zucht. Ik hoef nog maar een hoofdstuk te lezen om mijn planning te halen. Ik doe mijn laarzen aan, pak huishoudtrap en bezem en loop naar buiten. De bezem gooi ik op het dak, de ladder zet ik tegen de muur. Via de trap en de schutting klim ik op het platte dak van de garage. Door een laagje water loop ik naar de hoek van het dak en maak de opening naar de regenpijp vrij van vuil. Het water begint gelijk te stromen. Met de bezem veeg ik het water op het dak naar de opening van de regenpijp. Wat niet gelijk wegstroomt, komt achter me langs tussen mijn benen door weer voor de bezem terecht. Ik blijf de bezem tien minuten lang heen en weer halen, water vegend. Daarna ruim ik alles op lees ik het laatste hoofdstuk uit, voor morgen is er meer regen voorspeld. 

De dingen zijn alleen (2)

Tim Pardijs

Een tafel, een stoel, een schilderij op straat, stelde ik me voor nadat ik las dat de modernisten in de architectuur de kamer en de straat afschaften, muren minder belangrijk maakten. Het maakt het ding los van de ruimte, aan zichzelf overgelaten zonder een kamer met andere voorwerpen om zich heen, zonder een verbindend verhaal. 
Hoe dat eruit ziet, toont Claes Oldenburg door een lepel te maken van zo’n formaat dat hij een vijver overspant, een zaag in dezelfde grootte steekt uit de grond, de snede een brede gleuf in de aarde, een reusachtige wasknijper omknelt een grasveld alsof het een omhooggetrokken doek is en in Eindhoven zijn schots en scheef enorme zwevende kegels rond een bal te zien. De eerste keer dat ik daar langs kwam, zag ik niet gelijk wat het was. Vanachter het stuur van de auto keek ik een paar keer opnieuw en pas nadat ik een paar honderd meter verder was gereden, kon ik zien wat de gele vormen voorstelden. Dingen die we normaal voor lief nemen, bekijken we dankzij Oldenburg opnieuw, onderzoekend weer eens. Jammer eigenlijk, die glimlach als we begrijpen waar we naar kijken. 
 

De dingen zijn alleen (1)

Tim Pardijs

Onderscheid tussen kamers in huizen verdwijnt, muren zijn niet meer dan geledingen van ruimte, die niet afgesloten wordt maar doorloopt. Van de straat het huis in, en van het huis zonder overgang of grens de straat op, ruimte enkel gevuld door licht, lucht en zicht. De tijd van de belangrijke verbanden en grote verhalen was voorbij, aldus de modernisten. ‘De straat en de kamer werden verworpen’, schrijft Aart Oxenaar over modernisten in de architectuur, in Manieren van kijken.
Wat betekent dat voor de dingen in de huizen? Ze zijn buiten. Een schilderij, een tafel, een stoel, ze staan op straat. De auto, straatlantaarn en boom staan in huis. Echter straat en huis zijn verworpen, evenals muren en kamers, wat betekent dat de voorwerpen los in de ruimte staan, ze zijn alleen. Echter, dingen zijn nooit alleen. Een lamp is er om onder te lezen op de bank of om als zon te fungeren in een kinderspel, een stoel is aan de ontbijttafel je eerste grond van de dag of je plek in een feestelijke kring. Plekken die niet meer bestaan in het modernisme, de dingen aan hun lot overgelaten. 

Volg mijn nieuwe bundel

Tim Pardijs

‘Een stillevenschilder moet de gevoelens weergeven die de voorwerpen in hem oproepen. De gevoelens van het geheel, onderlinge verbanden van de voorwerpen, het specifieke karakter van ieder voorwerp – dat verandert in relatie met andere voorwerpen – zijn onderling  met elkaar verstrengeld als een touw of een slang.’ Zo zei de schilder Henri Matisse, volgens kunsthistoricus Alfred Barr, lees ik in mijn studieboek Manieren van kijken
Matisse wijst er hier op dat niet alleen de voorwerpen zelf verhalen vertellen, zoals de eettafel door mijn overleden schoonvader geschuurd en geschilderd, de schemerlamp die de zon is in de fantasiewereld van mijn dochter, maar dat de dingen ook verbanden met elkaar aangaan. Dat wordt zichtbaar op het moment dat een stoel niet meer bij de eettafel staat, maar in een kring in de woonkamer of als de schemerlamp ineens een andere plek krijgt in de woonkamer. Het gaat er dus niet alleen om ‘het specifieke karakter van ieder voorwerp’ te beschrijven, maar ook hun relatie onderling. Dit is de opdracht die de schilder Matisse mij als schrijver voor mijn nieuwe bundel geeft, voor mij gaat motto ‘ut pictura poesis’ (poëzie is als schilderkunst) nog altijd op. Ik doe hier verslag. 

Schemerlamp

Tim Pardijs

De boekenkast, gezien vanaf mijn vaste plek in de driezitsbank, ziet er anders uit. Ik kijk er al een paar dagen naar. En dat niet alleen, ook het ladenkastje dat tussen de boekenkast en de bank in staat, de globe die daarbovenop staat en de witte muur erachter zijn vreemd. Ze zien er leeg uit. 
Mijn dochter speelt in de andere hoek van de kamer en vraagt hoe ze de schemerlamp aan kan zetten, ze creëert haar eigen wereld met speelgoed en wil het ook dag en nacht laten zijn. Die schemerlamp: zes zwarte kapjes trapsgewijs om een standaard heen gemonteerd, ongeveer anderhalve meter hoog, met een dimmer in het snoer dat over de grond slingert, dat is wat er ontbreekt aan de boekenkast, bank, ladenkast, de globe en de muur. Eerst stond de lamp ertussen, iemand heeft hem in de andere hoek van de kamer gezet. Het was niet zo dat ik de lamp miste. Het was eerder alsof de voorwerpen die eromheen stonden veranderden, een verandering die ik zag in de achtergebleven dingen en pas als afwezigheid kon verklaren door een aanwezigheid elders. 
 

Reizen

Tim Pardijs

Terug van vakantie. ‘Wat doet het ertoe hoe groot het heelal is, als mijn kamer voor mij al zo belangwekkend is’, schrijft Maarten Biesheuvel in zijn Reis door mijn kamer. Op vijfenzestig pagina’s doet hij verslag van een tocht door een ruimte van drie bij vier meter. 
De Franse schrijver Georges Perec, die een baksteen van een roman schreef over een appartementencomplex en een dun ‘notitie’boek waarin hij een paar dagen een Parijs kruispunt observeert, maakte al eerder ‘Aantekeningen betreffende de voorwerpen die op mijn werktafel liggen’. Ze zijn opgenomen in zijn privé-domeinuitgave Ik ben geboren. Perec licht daarin toe: ‘Zo zal een geschiedenis van mijn smaak (de duurzaamheid, de ontwikkeling en de fases daarvan) in dit project op de achtergrond meespelen. Juister gezegd, het zal andermaal een manier zijn om mijn ruimte af te bakenen, een wat zijdelingse benadering van mijn alledaagse bezigheden, een aanknopingspunt om over mijn werk, mijn geschiedenis en mijn beslommeringen te praten, een poging  om iets te grijpen van wat tot mijn ervaring behoort, niet op het niveau van verre echo’s en afstandelijke reflecties, maar in het hart van het ontstaan ervan.’ 
Schrijven om een eigen plek te creëren, om te proberen vast te pakken wat dat eigenlijk voor een wereld is, die dagelijks aan ons verschijnt, daar ga ik mee verder na de reizen van deze zomer. 
 

Pret

Tim Pardijs

Mijn linkerhand glijdt mijn broekzak in en voelt geen ringetjes en stukjes metaal met kartelrandjes, alleen stof. Opnieuw steek ik mijn hand in mijn broekzak, tegelijkertijd voel ik met mijn rechterhand in de andere zak, waar hij alleen een telefoon tegenkomt, maar de linkerhand blijft alleen tasten over textiel, hoe vaak ik mijn hand ook opnieuw in mijn zak steek. Een achtbaan, daar moet het gebeurd zijn. Ik bevoel nog eens alle zakken, controleer de vakjes van de rugzak, alle andere attracties, wc’s en restaurants waar we vandaag zijn geweest in mijn hoofd.
Dan het vragen. Pretparkmedewerkers, bezoekersservice, hotelbaliemedewerkerster, mobiliteitsservice, verzekeringsman, sleepdiensttelefooncentrum en tenslotte de man in oranje overall die met een blaasbalgje en een bochtige ijzerdraad mijn auto openmaakt. Iedere keer hetzelfde verhaal, dezelfde vragen, dezelfde weg af te leggen naar het antwoord op die ene vraag. Alvast een alternatief reisplan maken, nog even tv kijken op de hotelkamer, als de telefoon gaat: In een 276 hectare groot gebied zijn tussen 25.000 bezoekers die heen en weer lopen tussen 36 attracties mijn sleutels gevonden.