Vragen over tarieven, opdrachten of projecten die ik voor je kan doen? Ik hoor het graag!

 

t. 06-14661504

Twitter

Facebook

LinkedIn

KvK: 69686602

 

           

123 Street Avenue, City Town, 99999

(123) 555-6789

email@address.com

 

You can set your address, phone number, email and site description in the settings tab.
Link to read me page with more information.

blogs

Tim Pardijs vertelt over zijn leven als schrijver, lezer, docent en huisman. 

Geluk (1)

Tim Pardijs

Vlak nadat ik uit de bus ben gestapt, zie ik een tafeltje met zakjes kersen. Ik loop er voorbij, maar keer dan om, stop 2 euro in het blikje en pak een zakje kersen. Ik ben op zoek naar geluk vandaag. In de gemeente Roerdalen, onder de rook van Roermond, kozen inwoners vijfentwintig geluksplekken. Etend van de kersen, de pitten spuug ik in de berm, loop ik naar de eerste locatie: een begraafplaats in het dorp Melick op een verhoging langs de provinciale weg. ‘De plek zelf is een belangrijk onderdeel van de geluksbeleving. Gun jezelf de tijd om deze plekken te ontdekken!’, aldus de instructie op de website. 
Ik zit even op een bemost bankje onder de bomen, maar erger me aan het geluid van het verkeer. Ik loop naar een bankje in de andere hoek van de begraafplaats maar zie achter de kniehoge muur een tankstation liggen. Een vrachtwagen stopt er met piepende remmen. Terug op het eerste bankje krijg ik het koud. Bovendien heb ik trek. Ik loop naar het bordje met de geluksaanwijzingen (schrijf een brief, is er een) en lees verder dat ik bij de slager in het dorp een Gouden Gelukstip kan krijgen. Terwijl de medewerkster op zoek gaat naar het geluk, pak ik een stukje worst uit het schaaltje op de toonbank.
 

Roken

Tim Pardijs

We kijken recht van boven op een tafel. Onder in beeld zien we ook de hoek van een tapijt, ernaast een groen kleedje, delen van een houten vloer, links iets wat doet denken aan een kast, maar de meeste aandacht trekt het oppervlak van de tafel, dat iets meer dan de helft van het schilderij beslaat, een heldere kleur rood heeft en vol ligt met voorwerpen. Het schilderij van Peter Kooij was te zien in de overzichtsexpositie van de Kunstroute in Zutphen. Op het tafelblad liggen en staan een trommeltje, fotolijstje, beeldje van een dier, verrekijker, een kladblok met pen en rookwaar: drie pakjes sigaretten, aansteker, asbak met drie uitgedrukte peuken. Op het kladblok is een tabel getekend. Twee pakjes sigaretten en de aansteker liggen perfect diagonaal ten opzichte van het kladblok, dat loodrecht en midden op de tafel ligt. De uitgemaakte sigaretten in de asbak vallen het meest op. De verf is daar zo overdadig aangebracht dat ze de omvang hebben van een echte sigaret: enkele millimeters dik op het doek. De rest van de rookbenodigdheden, inclusief kladblok met schema, is eromheen uitgestald als om een nauwkeurig eerbetoon te brengen. De titel van het werk, met verf in de hoek van het werk geschreven, is haast teveel: Nature morte (geen stilleven) of Gestopt met roken.

Werken

Tim Pardijs

Zijn armen zitten vol tattoos. De man met zwart hemd en witte baseballpet praat in een portofoon. Tegen de muur van de Walburgiskerk in Zutphen, die ik vandaag bezoek voor de Erfgoedfestival-tentoonstelling Vier kerken, één verhaal, over de geschiedenis van hertogdom Gelre, staat een transportband schuin omhoog. Op de rand van het dak liggen onderdelen van een steiger. Uit een aanhangwagen pakt de man meer steigermateriaal en zet het tegen de muur. Het schelle geluid van metaal op steen klinkt over het pleintje. 
In de kerk moet de kassamedewerker zijn stem verheffen om me de toegangsprijs te laten horen, door de kerk dreunt het geluid van een drilboor. Het ruikt er naar kalk en vocht. Bij het spreekgestoelte zit een man op zijn knieën. Hij kijkt naar boven, terwijl zijn handen bezig zijn met snoeren en contactdozen. Op een ladder staat een tweede man. Tussen het metaal van de trap en het hout van de kansel ligt een deken. Ik loop over grafstenen in de vloer, kijk omhoog naar de gildewapens laars, hakmes, mengvat en krakeling in het plafond. De band tussen werk en kerk was vroeger hecht. Een alarm gaat af. Een man bedekt met een laag witte stof rent voorbij. In het gastenboek staat: de kerk is nooit oud. 
 

Bewaren

Tim Pardijs

De eerste woorden die ik ’s ochtends hoor, zijn die van de krantenbezorgster. Ze fietst bellend onze oprit op, duwt het nieuws door de deur, de brievenbus kleppert ervan, draait haar fiets om en rijdt pratend in haar koptelefoon de straat door. Ik luister naar haar stem, maar ik kan geen verhaal maken van de snippers zinnen die de slaapkamer bereiken. 
De eerste woorden die ik ’s ochtends lees, staand op de mat bij de voordeur, zijn de dikgedrukte woorden op de voorpagina. Aan de ontbijttafel lees ik zo de rest van de krant, en als de dag niet besproken moet worden, is er tijd voor een heel artikel, waarin de wereld in regelmatige kolommen voorgesteld wordt. Steeds vaker heb ik de krant uit voor het ontbijt klaar is. Na de afwas leg ik de krant in de leesmand in de woonkamer, waar we hem af en toe ’s avonds uit pakken, elkaar artikelen aanwijzen, het nieuws bespreken. Een of twee keer in de week gooi ik de kranten van de afgelopen dagen in de doos voor oud papier in de garage. Mijn dochters halen er soms kranten uit voor het knutselen of nagellakken. Een keer in de maand gooi ik die doos leeg in de container. Wat rest, zijn flarden verhalen, bewaard in een hoofd vol taal.
 

Voltooien

Tim Pardijs

Ik sta voor de keukenkast en zet met mijn linkerhand een schoolbeker op een plank op ooghoogte, echter die plank is zo vol dat hij de andere bekers opzij duwt waardoor een blauwe beker naar voren schuift en van de plank dreigt te vallen, hetgeen ik probeer te voorkomen door met mijn rechterhand de vallende beker tegen te houden, maar door mijn rechterarm op te tillen valt de stapel kranten die ik met mijn elleboog tegen mijn lichaam druk en die ik gelijk hierna naar de garage wilde brengen, op de grond en slingert de schooltas die aan twee vingers van die hand hangt omdat ik hem op weg naar de garage in de gangkast wilde opbergen, horizontaal over het aanrecht, daarmee vuile koffiekopjes omver werpend, wel staat nu de blauwe beker terug op zijn plek, maar de beker die ik met links wilde neerzetten komt nu weer naar voren waardoor ik met mijn beide armen horizontaal voor de plank moet gaan staan om ervoor te zorgen dat alle schuivende plastic bekers op de plank blijven, de schooltas valt nu wel op het aanrecht omdat ik hem door mijn laatste beweging niet langer vast kan houden, maar wel bewijs ik dat ik best in een beweging veel verschillende dingen kan voltooien.

Verklaren

Tim Pardijs

De persoon met het wapen in zijn handen is schuldig. Maar waar komt het wapen vandaan, wie heeft het daarvoor vastgehouden, wat wilde hij daarmee bereiken en waarom? En wie is dan de echte schuldige? Om die vraag draait het in het tweede seizoen van televisieserie 13 Reasons Why, waarin uitstekende acteurs een typisch high school-verhaal vertellen. Ging het eerste seizoen vooral om de vraag waarom Hannah zelfmoord pleegde, in het tweede seizoen houden haar ouders de school verantwoordelijk. Getuigenverklaringen in de rechtszaal zorgen dit keer (in het eerste seizoen waren dat de bandjes die Hannah opnam) voor de structuur van de raamvertelling. Ouders, vrienden en schoolmedewerkers vragen zich na het horen van deze verhalen regelmatig hardop af hoe goed ze Hannah eigenlijk kenden. Zo ook hoofdpersoon Clay, die eindelijk erkent hoeveel hij van Hannah hield, maar zich daardoor des te verantwoordelijker voelt voor haar dood. Dit is aangrijpend weergegeven in de aflevering waarin de denkbeeldige Hannah hem tijdens een nachtelijke tocht details voorhoudt van een verkrachting waar Clay niets mee te maken heeft. Het is de eerste keer in dit seizoen dat hij een vuurwapen in handen heeft, maar niet de laatste keer. De slotscène is de perfecte metafoor: de persoon met het wapen in zijn handen is schuldig.

Opruimen

Tim Pardijs

Bekers en borden van het ontbijt in de vaatwasser, schoenen in de garage, tijdschriften en kranten in de leesmand, sokken, vesten en broeken in de kasten. Telefoons, opladers, papieren, kussens, knutselspullen; opgepakt, aangenomen, gebruikt en gelijk neergelegd toen het niet meer nodig was, toen iets anders de aandacht opeiste. Thuis zijn betekent opruimen.
Mijn sleutels en mijn laptop leverde ik in bij een collega, toen mijn laatste werkdag erop zat. Het beeld van een kartonnen doos met schrijfblokken, een mok met pennen, fotolijstje en een stapel papieren komt bij me op nu ik denk aan ontslag, maar zo ging het niet eens, nu bijna een jaar geleden. Door de invoering van flexplekken zat er soms ineens iemand anders naar de plakbriefjes op mijn scherm te kijken, aantekeningen te maken in mijn notitieblok. Ik had dan ook geen eigen bureaula uit te ruimen. Ik liep die laatste werkdag met lege handen de deur uit. Ook mijn hoofd was leeg, opgeruimd. Thuis zijn betekent opruimen. Die middag voelde ik door de zolen van mijn schoenen de bolling van de stenen onder mijn voeten. 
 

Ontsnappen

Tim Pardijs

Alweer voor zes uur wakker. De zon staat vroeg in de slaapkamer, schijnt tussen de lamellen dwars door de witte gordijnen heen op het bed, en blijft de hele dag. Niet als iets wat je soms opmerkt, nee, vandaag is de warmte een enorm lichaam zonder vorm, dat daardoor tegelijk elke vorm aanneemt en zich overal tegen je aandrukt. Het drukkendst is hij op zolder, waar mijn werkkamer ook is. Ik zoek de koelste plek in huis, de tafel met uitzicht op de groene achtertuin, en schrijf. Naast mijn toetsenbord lopen mieren over de tafel. Ik druk ze plat en veeg ze van het tafelblad. Beneden op de grond ruimen mieren hun de dode soortgenoten op. 
Dan boodschappen doen. De autoruit werkt als een vergrootglas: de warmte is hier dubbel zo zwaar en drukt me in de autostoel. Ik ontsnap even in de supermarkt, waar ik bronwater en avondeten haal, en in de bouwmarkt, waar ik ben voor mierenlokdoosjes. Na het avondeten val ik in slaap in de tuinstoel. Ik word wakker als er wolken voor de zon schuiven. Het was de afgelopen dagen te warm om te rennen maar nu doe ik mijn sportschoenen aan en loop tien kilometer in iets meer dan een uur. In het bos ruik voor het eerst in dagen weer iets fris: bloemen, dennenbomen, water.
 

Alles vergelijken met Gennep

Tim Pardijs

Hij draagt hoge schoenen, witte kousen, een pofbroek, een jasje met epauletten, een hoed met grote felgekleurde veren en een laserpen. De 74-jarige Willy Michels staat achter de kerk van Gennep te wachten voor een rondleiding door het Noord-Limburgse stadje, in het kader van het Erfgoedfestival. Thema is Over Grenzen van Gelderland en Gennep was eeuwenlang betwist Gelders gebied. Verhalen over soldaten, kerken, stadsmuren en kanonskogels, Willy kent ze allemaal uit het hoofd. En anders heeft hij nog zijn kleurige heuptas met moderne tekening van de stad, die vol zit met kaarten en afbeeldingen. Nadat hij in de oude raadszaal met de laserpen details op een kunstwerk heeft aangewezen, vraag ik hem of hij het deze zonovergoten dag niet warm heeft in zijn kleding. ‘Ja. Maar ik ben 32 jaar bakker geweest, mij maken ze zomaar niet koud.’ Willy is geboren en getogen in Gennep, had een bakkerij, zat twaalf jaar in het bestuur van de VVV en is nu veertien jaar stadsgids. Zelfs als hij op vakantie is (‘Willemien en ik zijn net terug van Rockanje’) vergelijkt hij alles met zijn Gennep. Op een plein, ergens tussen de Middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog, gaat hij ineens rechtop staan, strekt hij zijn armen naast zijn lichaam en zingt een couplet van het Genneps volkslied. Ineens is er het afscheid. ‘Maar een korte indruk gegeven’, zegt hij met spijt in zijn stem.
 

Scheren

Tim Pardijs

Oud nieuws over een te kleine markt, oordeelde een mogelijke opdrachtgever over het verhaal dat nu volgt. Ik kwam het op het spoor toen ik een artikel las in dagblad De Stentor van 30 april dit jaar. Daarin werd gesproken over een experiment waarbij schapenwol gebruikt wordt op muziekfestivals. Op zoek naar een goed isolerende, niet-brandbare en niet-irriterende stof voor geluidsschermen kwam geluidstechnicus Peter van der Geer zo’n elf jaar geleden terecht bij wolexpert Martijn de Veij. Op Texel maakt hij dekbedden van schapenwol, en samen werkten Martijn en Peter tijden aan de perfecte gevilte wol voor de schermen. En dat luistert nauw. Om goed te kunnen bewerken moet de wol de juiste lengte, vezeldikte en kroezing hebben. En die blijkt te vinden bij schapen die aan de Noordzeekust staan. Omdat de gevoelstemperatuur daar kan verschillen van min dertig tot plus dertig graden Celsius, groeien deze beesten de perfecte wol. Als ik de volgende keer zwarte schapen op een zeedijk zie staan, denk ik aan de Zwarte Cross, Paradiso, Lowlands en popzalen en festivals over de hele wereld. De wol van het zwarte schaap wordt hiervoor gebruikt, omdat die bijna nergens anders nuttig voor is.

Barbecueën in klooster

Tim Pardijs

Tussen de eeuwenoude eikenhouten balken van de dakconstructie hangt een zilverkleurige heliumballon met roze lint. Ook de zolder van Kloster Graefenthal in Goch (Dld.) wordt gebruikt voor feesten. In de hoek staat een tap, een groene bierwagen staat buiten tegen de bakstenen gevel. Waar tegenwoordig gezelschappen tot vierduizend man terecht kunnen, bestond het leven vanaf de dertiende eeuw uit bidden en werken. Adel uit heel Gelre stuurde de ongehuwde vrouwen naar dit klooster. Ze werkten er binnen de 1 kilometer lange stenen muur die het landgoed afbakende van de rest van de wereld en baden voor het zielenheil van graven van Gelre. En die zijn hier begraven. Een graftombe op het midden van het terrein herinnert aan onder meer Graaf Otto II, een bestuurder die bijna dertig steden stadsrechten verleende en zo bepalend werd voor de geschiedenis van dit deel van Nederland. 
Een autopuzzelrit in het kader van Erfgoedfestival 2018 doet het klooster zondag 3 juni aan. Deelnemers horen allerlei oude verhalen uit Gelderland en sluiten af met een barbecue in het nu in Duitsland gelegen hart van de historie van Gelre. Aanmelden en meer informatie op www.kloster-graefenthal.de.

Bruidsjurken zoeken

Tim Pardijs

Een grootscheepse zoektocht naar witte bruidsjurken in de dorpen rond Beuningen en Slijk-Ewijk de afgelopen weken. Theater Over & Weer zocht voor een uitvoering van Romeo en Julia tientallen witte bruidsjurken. Wat blijkt: op zolders liggen nog voldoende bruidsjurken, slechts eenmaal gedragen. Enige probleem is de maat. Van elastiek tot rijgtouw, de acteurs die ze dragen, wisselen druk technieken uit om de trouwkledij weer passend te maken. In juni moet het klaar zijn, dan staan er zes avonden lang tientallen bruiden te zingen in de uiterwaarden.
Het stuk maakt deel uit van het Erfgoedfestival 2018 en heet De rivier, de grens. Het veer tussen Beuningen en Slijk-Ewijk brengt bezoekers heen en weer naar theaterlocaties op beide oevers. De verhalen gaan over de wolf, parlevinker (varende supermarkt), storm en dus over Romeo en Julia. Op de veerstoepen staan gedichten van ene Tim Pardijs waarin de twee kanten van de rivier elkaar een liefdesverklaring toeroepen. Slijk-Ewijk: ik leg op zoek naar jou aan bij iedere naam die aan me voorbij trekt // de ruimte wordt zo groot dat ik los van ieder teken naar de overkant drijf. Beuningen: steek zo stil over dat het water spiegelt en kijk dan voorzichtig om: je schrijft overkant op het draagvlak // ik lees tussen de wolken hoe ik bij je kan komen
 

Verlichten

Tim Pardijs

Ik vraag me af of ik niet zal kijken. In de laatste aflevering van 13 Reasons Why, de serie waarin Hannah uitlegt waarom ze zelfmoord pleegt, werkt het verhaal toe naar de expliciete scene die het high school-verhaal omstreden maakte. Ik overweeg hem door te spoelen. Ik ben bang voor de ochtend dat ik wakker word met de resten van een droom over zo'n donkere scene in míjn leven. Ik blijf echter achterover op de bank zitten en laat de beelden binnen komen. Het snijdt dof in mijn borst, maar een half uur later, als de aflevering af is, voelt het toch alsof er iets opgeklaard is. Hoofdpersoon Clay zit in een rijdende auto met het raam open. Zijn gezicht met littekens staat strak, de wind beweegt zijn haar. Even daarvoor stond hij op de drempel bij de vertrouwenspersoon op school en zei: ‘Het moet beter worden, hoe we elkaar behandelen, hoe we omkijken naar elkaar. Het moet beter worden.’ Vervolgens loopt hij door de gang en spreekt zijn oude jeugdvriendin aan, de vriendin die hij eerst niet meer wilde spreken omdat ze ‘veranderd was’. Hij maakt daarmee dezelfde beweging die een ander personage in de serie maakt: een dochter die haar veeleisende vader een bekentenis doet. Het kan lichter worden, als we door het donker, door het onbekende, durven te gaan. 
 

'Ik bouw daar een huisje voor ons'

Tim Pardijs

‘Dit was een gesprek anders dan andere.’ De stem van verhalenverteller Paul Groos gaat naar beneden, hij praat langzamer, de muziek zwijgt. Hij is op het punt in het verhaal aangekomen waarop wees Henri zijn vriendin Rie vertelt dat hij op reis wil. De twee hebben elkaar leren kennen in kinderdorp Neerbosch. Hij zag haar huilen en troostte haar ‘omdat hij zelf ook veel alleen was geweest en veel had gehuild toen hij nog op straat leefde’. In een hoekje van de schans, het plein van het kinderdorp, bloeit de relatie op: zij zingt een liedje in zijn oor, hij schenkt haar een houten vogel, gemaakt in de timmermanswerkplaats. Bouwen leert hij daar ook, en hij voelt voor het eerst in zijn leven hoe goed het is beschermd te worden door iets wat je zelf hebt gemaakt. Er is een land gebaseerd op dat gevoel en Henri wil erheen, weg uit het arme Nederland, naar Amerika. ‘Ik bouw daar een huisje voor ons.’ 
De voorstelling Ik wil wel naar Amerika, onderdeel van Erfgoedfestival 2018, vertelt het verhaal van Henri en Rie op kalme wijze. Muzikanten van Mytisch met Muziek spelen muziek die de verhaallijn ondersteunt: vrolijk bij succes, treurig bij het afscheid. Henri pakt zijn uitzetkist met daarin gereedschap, kleding en een Bijbel, alleen in. Rie blijft. Maar daarmee is het verhaal nog niet verteld. Kaarten via Van ’t Lindenhout Museum
 

Begrenzen

Tim Pardijs

In het boek Jij bent van mij van Peter Middendorp is een verkrachter en een moordenaar aan het woord. De man heeft zijn misdaad dertien jaar verzwegen en kijkt anderhalve week na zijn arrestatie in de cel terug op zijn leven tot aan de verhoren. Een jongen groeit op op een boerderij, ontmoet een meisje in de dorpsdisco, wordt vader en boer. Het boerenbedrijf en de natuur staan centraal in zijn verhaal, en later zijn vaderschap. ‘Opvoeden is kinderen leren omgaan met de aantrekkingskracht van prikkeldraad’, laat Middendorp zijn personage zeggen. Een typische Middendorp-zin, zoals we dat kennen uit zijn columns: het alledaagse prikkeldraad, beeld van begrenzing, in één beweging van de taal verbinden met het grotere thema opvoeden. 
Waarom hij zelf alle remmen loslaat, een jong meisje te lijf gaat en achterlaat in het weiland, wordt niet uitgelegd, maar daar probeer je als lezer juist daardoor toch achter te komen. Ergens in de weilanden ligt tussen de koeien, de vogels en de wisselende seizoenen het antwoord. Misschien is het de onuitstaanbare afwezigheid, het gevoel niet te bestaan, dat de hoofdpersoon al vroeg in zijn leven krijgt. De misdaad zelf heeft in het boek een kleine plek, maar is daardoor buiten de twee kaften des te aanweziger.
 

Antwoorden

Tim Pardijs

Al tijden stond de afspraak in mijn agenda, we pasten het moment nog een keer aan, dus onverwacht is het vanavond tijd voor mijn interview bij het radioprogramma Over Poëzie en Muziek van dichters Sabine Kars en Mas Papo. Via een zijingang laat Mas me binnen in het dorpshuis, waar in de studio van de lokale omroep het programma opgenomen wordt. Ik geef de technicus en de andere gasten een hand en ga zitten op een kruk. Maanden geleden stuurde ik New York Morning van Elbow door en ineens klinkt het lied in mijn koptelefoon, Mas en Sabine glimlachend tegenover me, ook met koptelefoons op, voor ze op tafel liggen A4’tjes met tijden tot op de seconde.
‘Dertig seconden’, zegt de technicus. Ik lees mijn gekozen songtekst in de verwachting er iets over te moeten zeggen. ‘Tien’. Een rode lamp gaat aan, en ik hoor mijn stem antwoord geven. Eén antwoord, terwijl er bij elke vraag drie mogelijke antwoorden door mijn hoofd gaan. Maar ik praat tenminste. Er is tijd voor een gedicht, meer vragen, nog een gedicht, ik hoor mijn stem niet meer maar kies razendsnel antwoorden terwijl de rode lamp maar brandt. Dan hoor ik ineens een ander lied, zet ik mijn koptelefoon af. Hij is vochtig.

Leren

Tim Pardijs

In een poging te begrijpen hoe Immanuel Kant denkt over de totstandkoming van kennis, sla ik mijn studieboek dicht. Ik schuif de woorden van drie Vlamingen naar de hoek van mijn bureau en draai me om naar de boekenkast. Ik zoek een dik boek met de kleuren turquoise en geel op de rug, vooral die bijzondere kleur blauw is mijn aanknopingspunt. Daar is het: Bekentenissen van een filosoof van Bryan Magee. Een boek voor het eerst gepubliceerd in 1997, het jaar waarin ik eindexamen deed, en dat twee jaar later door zo’n beetje iedereen op mijn opleiding journalistiek gekocht werd. Ik blader naar het hoofdstuk over Kant, begin te lezen en wordt gelijk weer gepakt door Magees soepele vertelstem. Moeiteloos neemt hij me mee de diepte van de argumentatie in. In de kantlijn staan potloodstrepen, er zijn regels onderstreept, delen van opsommingen genummerd. Ik begon over filosofie te lezen toen ik student was, zette enthousiast markeringen, maar werd negentien jaar lang onderbroken door krantenjournalistiek en hypotheken. Nu lees ik verder en wijst mijn jongere zelf met soms vijf, zes keer herhaalde dikke potloodstrepen me de weg.

Schuiven

Tim Pardijs

Een belt in de stiltecoupé. Nee. De woorden vallen uit de zinnen na een avond lang schrijven. Een man belt in de stiltecoupé. In de late trein naar huis wil ik geen harde mannenstem door mijn muziek heen horen. Een liedje dat heet On the train ride home, waarin de zanger vraagt: als ik niet kan krijgen wat ik wil, geef me dan wat ik nodig heb. Het eindigt met geluiden van treinen die over wissels schuiven. Op het perron keek ik op mijn telefoon een video van een man die in zijn verhaal de metafoor van een rijdende trein gebruikt, ondertussen zag ik in de schemer achter mijn schermpje een trein voorbij schuiven. Parallel. Zoals de regenjas van de vrouw die tegen me praatte precies dezelfde kleur geel was als de brandmelder die ik achter haar hoofd aan de muur zag hangen. Haar ogen leken wel minder blauw dan twee weken geleden. Ik sta op en loop weg uit de stiltecoupé naar een ander deel van de trein. In de buurt van een vriendengroep die luidruchtig grappen maakt, laat ik me op een bank zakken. Wat ik soms nodig heb, is dat de dingen kloppen.

Ploegen (3)

Tim Pardijs

Op de verjaardag van mijn vader komt de foto van de trekker opnieuw ter sprake. Mijn ouders lazen de blog waarin ik me afvraag hoe ik me een foto kan herinneren die niet lijkt te bestaan. Uit de donkere berging haalt mijn moeder fotoalbums tevoorschijn, samen graven we door de beelden. We komen een onscherpe foto tegen: ik ben het deze keer die op een trekker zit, een International. Ik ben een jaar en zit bij mijn vader op schoot. Kruiselings lopen witte lijnen over de foto, alsof hij lang opgevouwen is geweest en daarna opengevouwen in dit album is geplakt.
Een paar bladzijden verder zie ik een foto met precies dezelfde compositie en kleuren als in mijn herinnering. Drie mensen staan voor de middelste schuur van de aardappelboerderij van mijn familie, rond een rode McCormic-trekker. Mijn vader zit achter het stuur, een groen petje op zijn hoofd. Hij is volwassen, zijn neef en zijn broer staan aan weerszijden van de trekker. Ook al is hij anders dan ik hem me herinner, ik weet dat dit de foto is. Ik heb er alleen andere mensen in gedacht, en kleuren herinnerd in een tijd waarin er alleen zwartwit foto’s waren. Mijn moeder bladert nog even verder maar ik heb mijn antwoord. Achterin het album zijn nog veel lege bladzijden.
 

Wielrennen

Tim Pardijs

Met een kletterend geluid valt het rood witte bordje van de verkeersregelaar op de grond. Hij bukt, pakt hem op en leunt weer tegen het dranghek in de schaduw van de boom. Tegenover de verkeersregelaar zitten mensen in de zon op een terras bier te drinken. Zondagochtend op een kruispunt in België. Mensen zitten in de berm, leunen tegen muren. Een politieauto stopt. Twee agenten in oranje hesjes stappen uit, maken een praatje met de mensen in het gras en gaan aan de rand van het kruispunt staan. Na een paar minuten lopen ze naar het midden van het kruispunt en sturen ze auto’s van de doorgaande weg af de zijstraatjes in. Er komen nu steeds meer mensen naar het kruispunt. Met zwaailichten aan rijdt een wagen van de regiopolitie voorbij. Uit een zijstraatje komen ineens dertig mensen. Ze dragen helderwitte overhemden, hebben allemaal een geel armbandje om en een gevuld plastic champagneglas in hun hand. Verderop schrijven mensen met snelle bewegingen namen in krijt op het asfalt, een vrouw rent de straat over, trekt een kind aan haar hand mee. De mensen uit het gras staan inmiddels langs de weg, gaan stapje voor stapje verder de weg op, kijken voorovergebogen om elkaar heen de straat af, dan: een auto met rode vlaggen, motoragenten die fluiten en wild gebaren, een windvlaag.