Vragen over tarieven, opdrachten of projecten die ik voor je kan doen? Ik hoor het graag!

 

t. 06-14661504

Twitter

Facebook

LinkedIn

KvK: 69686602

 

         

123 Street Avenue, City Town, 99999

(123) 555-6789

email@address.com

 

You can set your address, phone number, email and site description in the settings tab.
Link to read me page with more information.

blogs

Tim Pardijs vertelt over zijn leven als schrijver, lezer, docent en huisman. 

De dingen zijn alleen (15)

Tim Pardijs

Haar handen blijven me het meest bij, na het kijken van de documentaire De vrouw met de vijf olifanten. De vingers van Svetlana Geier, die even natgemaakt in de mond vlug het strijkijzer aanraken, zacht over het oor van een koffiekopje glijden, herhaaldelijk over textiel strijken, spelen met een bewerkt stuk hout dat lijkt op een beer. Ze streelt de dingen. Misschien heeft het met haar beroep van vertaler te maken. Zittend aan een tafel met een wit kleed erop zegt ze: ‘Een Rus kan niet zeggen “Ik heb een bankrekening”. Dat is grammaticaal onmogelijk. Het Russisch heeft in de tegenwoordige tijd geen hulpwerkwoorden, “hebben” noch “zijn”. Om dat in het Russisch uit te drukken, wordt dat wat in het Duits het object is, en van mij af hangt, een subject.’ Haar ogen glijden  over het witte koffiekopje voor haar op tafel. ‘En ik word daardoor een object dat door iets anders wordt bepaald. “Het kopje is bij mij.” Als ik het kopje bezit, verlies ik het nominatief. Ik verlies mijn autonomie. Ik verlies mijn handelingsvrijheid. Alles. Omdat ik het kopje heb.’

Op zoek naar content voor je socials, anders dan de standaard reclamepraatjes? Ook zo’n goed geschreven, originele blog over jóu project? Of misschien een gedicht om je jaarverslag mee te openen, een versgeschreven, live voorgedragen vers over jou heidag? Ik schrijf het graag voor je. Laat me weten wat ik voor je doen kan!

De dingen zijn alleen (14)

Tim Pardijs

Ze maakt de beweging zo snel dat ik het bijna niet zie: vinger van haar mond naar het strijkijzer, dat zacht sist. Svetlana Geier strijkt. Svetlana Geier vluchtte in de Tweede Wereldoorlog van Rusland naar Duitsland, vertaalde sinds de jaren negentig vijf dikke boeken (olifanten) van Fjodor Dostojevski twéé keer en Svetlana Geier strijkt, in de documentaire De vrouw met de vijf olifanten. Ze strijkt een wit schort. En terwijl ze dat doet, praat ze zacht voor zich uit: ‘Bij het wassen raken de draden hun richtingsgevoel kwijt. Je moet de draad eigenlijk helpen de juiste richting terug te vinden. Het is een weefsel. Net als tekst. Textiel. Die woorden hebben dezelfde stam. Er is altijd een draad temidden van andere draden. En als je dit zo voor je hebt liggen, is het zoiets als verse sneeuw. In Moby Dick, van Melville, staat een prachtig hoofdstuk over tinten wit. Daarin wordt zorgvuldig beschreven hoe het is als je door pas gevallen sneeuw loopt. Dan heb je het gevoel dat je de eerste mens bent en voor het eerst door sneeuw loopt. Als je bijvoorbeeld schoon beddengoed op je bed hebt, heb je ook het gevoel je op onbekend terrein (neuland, tp) te begeven. Dat is een zeer aangenaam gevoel.’

Zee

Tim Pardijs

‘Kies een schelp uit om na te tekenen, en stel je voor terwijl je tekent, wat je hoort als je hem tegen je oor houdt’, zegt de museumgids in de schelpenkoepel tegen de klas van mijn dochter. Wij mensen bouwen koepels en daken om ons te beschermen tegen regen, zon en tegen de leegte die ons soms overvalt, maar met de opdracht van deze gids geeft Musea Zutphen de koepel nog een andere functie. De schelpenkoepel stamt uit het einde van de Gouden Eeuw en bevat schatten uit die periode: naast schelpen (15.000 in getal, verdeeld over 36 soorten) ook koralen, mineralen en stenen van over de hele wereld. Zeelui namen ze mee van hun reizen naar Indië of Amerika. Baron Walraven van Heeckeren, Heer van Nettelhorst (1643-1701) leukte er in 1697 de nieuwe tuin mee op. Als ik mijn oor bij de schelpen te luister leg, hoor ik golven klotsen tegen de houten schepen. Op weg naar verbeelding en historie uitgestald in de zalen van Musea Zutphen kunnen bezoekers het ook horen. Ze komen onder de schelpen door als ze naar de ingang van het museum lopen. Zo helpt de schelpenkoepel ze aan te leggen bij de plekken die ze niet kunnen bereiken.

De dingen zijn alleen (13)

Tim Pardijs

Deze zomer is de tijd gul voor mij, dus ga ik de kozijnen te lijf met een borstel, een doek gedrenkt in ammoniakwater en schuurpapier. ‘Ik zal de kozijnen elke twee jaar verven’, beloofde ik in een van mijn eerste gepubliceerde gedichten. En de jaren schoven op, waardoor het inmiddels drieënhalf keer twee jaar geleden is dat ik de kozijnen voor het eerst, en voor het laatst, schilderde. In het begin zag ik het blauwe en witte houtwerk nog voor me als ik het gedicht voorlas, maar dit beeld begon steeds meer van de zin af te bladderen. Ik heb hem zo vaak uitgesproken op zoveel plekken met zoveel verhalen eromheen, dat ik het helemaal heb losgezongen van het hout dat nu weer centimeter voor centimeter onder mijn handen doorgaat. Om goed bij de raampartij in de hoek te komen, zet ik de ladder in de struiken. Ik knip wat takken weg en als ik langs de heg kijk, zie ik dat hij de tuin in helt. Ook zie ik dat het gras kale plekken vertoont, dat de lavendel gesnoeid moet worden en dat de buxus bruin in de voortuin staat. De tijd is gul voor de zomer.

De dingen zijn alleen (12)

Tim Pardijs

Ze heeft een taartvorm nodig om een taart te bakken, dat weet ze, maar haar zoontje wijst haar erop dat ze hem eerst in moet vetten. Staat ze met de zeef in handen om de bloem te zeven, helpt haar zoontje haar opnieuw. ‘O Laura, ik snap niet waarom je het zo moeilijk vindt. Iedereen kan een taart maken, het is belachelijk eenvoudig’, zegt de buurvrouw als ze de mislukte taart ziet. Maar voor Laura Brown in The Hours lijkt niets meer vanzelfsprekend. Met een kalme wanhoop worstelt dit bleke personage, ingetogen gespeeld door Julianne Moore, zich in een Amerikaanse buitenwijk door de absurde alledaagsheid van de dag waarop haar man jarig is. Enige scenes nadat de taart (de tweede, de eerste belandt in de prullenbak) klaar is, zien we haar met een paar potten pillen op een hotelkamer liggen.
In hoeverre is zelfmoord een oplossing voor de absurditeit van het bestaan, is de vraag die Albert Camus probeert te beantwoorden in zijn essay De mythe van Sisyphus. Ook de personages in The Hours, waarin Virginia Woolfs depressies en de door haar geschreven roman Mrs Dollaway een belangrijke rol spelen, worstelen met die vraag. Ze geven allemaal een ander antwoord.

De dingen zijn alleen (11)

Tim Pardijs

Als ik mijn ogen open is de kamer onmetelijk groot en onpeilbaar zwart. Alles in de kamer is verdwenen: de stoel met kleren, de kast, de spiegel, de gordijnen voor het raam. Ik zie alleen de deurklink, maar op zo’n afstand dat hij onbereikbaar voor me is. Tussen het bed waar ik in lig en de deurklink gaapt die enorme zwarte diepte, een diepte waarin ik zal verdwijnen als ik me opricht en naar de deurklink toe beweeg. Die diepte zie ik niet. Ik weet dat hij er is, diep binnen in mij. Ik mag niet bewegen. Ik kan alleen kijken. Hoe langer ik over de diepte, door het zwart, kijk naar de deurklink, hoe kleiner hij wordt. Maar met de deurklink word ook ik kleiner. Ik lig en kijk en voel langzaam mijn lichaam veranderen: koud en hard en klein als de deurklink, de vorm die nodig is om de zwarte diepte over te steken.

Zomer

Tim Pardijs

Hij heeft al even in de zon gezeten, getuige de bruinverbrande onderarmen en gezicht. Zijn schouders en borst zijn nog lichter. Na het zonnen heeft hij zijn shirt uitgetrokken en is wat gaan zwemmen. En nu, ‘Na het zwemmen’ zoals het houten beeld in Museum Henriëtte Polak heet, zit hij met een lichtblauwe handdoek onder zich op een houten steiger voor zich uit te kijken. Zijn houding is iets in elkaar gezakt, zijn schouders zijn gebogen, zijn benen bungelen in het water. Wendelien Schönfeld portretteerde deze al wat oudere naamloze man in hout. Ze nam een lindenhouten blok en hakte en sneed net zoveel weg tot dit verhaal overbleef, een laagje kleur vult de details in. Zo heeft hij voor zijn leeftijd nog een kop met mooi donker haar. Lindenhout is een van de zachtste en daardoor best te bewerken houtsoorten, maar het blijft knap hoe Schönfeld vooral door de lijnen rond de mond, ogen en neus (het hoofd is slechts enkele centimeters groot) het gezicht zo sprekend heeft gemaakt. De oogleden en rimpels naast de ogen vertellen dat de man graag lacht, zijn uitdrukkingsloze mond toont hem ingetogen. De combinatie van die twee geeft hem een tevreden uitdrukking. Het is zomer. Tijd om alle drukte om ons heen weg te halen en de voldane zwemmer in onszelf te ontdekken.

Muren (15)

Tim Pardijs

Als ik boven kom en achter mijn bureau ga zitten, zie ik een klodder vogelpoep op het scherm van mijn computer. Direct kijk ik om me heen en luister scherp naar de geluiden in huis. Verder is nergens een spoor van de mus te bekennen. Heel even overweeg ik nog onder het bureau en de fauteuil in de hoek van de kamer te kijken, de boekenkasten en de overloop te onderzoeken, zelfs de berging schiet even door mijn hoofd, maar ik weet inmiddels dat het geen zin heeft. Ik pak een zakdoek, veeg de uitwerpselen van het scherm, gooi het papier in de prullenbak en ga aan het werk. Ik lees artikelen, schrijf er reacties op, verstuur e-mails, bel een vormgever. Daarna kook ik pasta met kipfilet en groenten, ’s avonds ga ik naar de film. Als ik moe thuis kom, schemert het nog en ga ik direct naar bed, maar val niet in slaap. Ik hoor steeds dingen: een voetganger praat op straat, een van de kinderen pakt iets uit een nachtkastje, en, daar is het weer, getik op zolder. De zon scheen weer uitbundig vandaag. Zonder dat ik er controle over lijk te hebben, zie ik mezelf met een grote zak in mijn hand over de zolder rennen, achter een fladderende vogel aan.

H.C. ten Berge onderscheiden

Tim Pardijs

Op uitnodiging van Sir Philip Sydney komen drie grote Nederlandse dichters naar de Zutphense kloostertuin: Nescio, J.C. Bloem, en een derde figuur die de naam Transmontanus draagt. Dit is het uitgangspunt van het korte verhaal Schimmen in de kloostertuin van H.C. ten Berge. Als een groepje literaire hangouderen deelt het viertal in de kloostertuin drank, draagt gedichten voor en praat over geschiedenis. Dat de schrijvers elkaar niet in de haren vliegen over historische en culturele gevoeligheden is vooral te danken aan de diplomatie van deze Transmontanus, in wie we Ten Berge zelf kunnen herkennen. Trans montanus betekent ‘van de bergen’ in het Latijn, en kan dus gelezen worden als een vertaling van zijn achternaam, en de schrijver komt ook letterlijk van Bergen; hij groeide op dat Noord-Hollandse dorpje. Schimmen in de kloostertuin eindigt op de Bult van Ketjen, waar Transmontanus met de zelfontspanner een foto wil maken van het gezelschap. ‘Heden en verleden zouden in een oogwenk worden vastgelegd’, denkt hij op dat moment. Om er enkele dagen later achter te komen dat hij alleen zelf op de foto staat.
In Zutphen is vandaag een nieuwe poging gedaan om het heden vast te leggen, met de onthulling van Ten Berges gedicht ‘IJsselbrug in de ochtend’, dat daar is aangebracht op het oude bastion Bult van Ketjen, en zijn benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

(Fragment van de toespraak die burgemeester Annemieke Vermeulen uitsprak op vrijdag 21 juni 2019. De hele tekst is hier te vinden.)

Muren (14)

Tim Pardijs

Het is half vier ’s nachts en ik sta midden in de woonkamer. De lamp is aan, de deur naar de gang staat open en ik kan me niet herinneren dat ik dat gedaan heb. Ik kijk op de stoelen bij de eettafel, laat mijn blik over bank gaan, schud de dekens en kussens die erop liggen. Niets. Ik kijk achter het gordijn, open de deur naar de achtertuin en luister. Stilte, en een windvlaag. Ik sluit de deur, loop naar de andere kant van het huis, de keuken in en kijk naar het aanrecht, door de ramen, de straat over. Takken bewegen. Ik verlaat de keuken, doe de lamp uit, sluit de deur en loop naar boven. In bed vraag ik me af waar dat geluid vandaan kwam. Een uur lig ik me dat af te vragen, en te draaien. Net als ik op mijn rug in slaap val, hoor ik de trap kraken, en iets vallen. Snel open ik mijn ogen, til mijn hoofd van het kussen en luister. Verder niets. Ik val weer in slaap en word een uur later zwetend wakker. Iets grijpt zich vast aan het raamkozijn, maakt een zuigend geluid en laat dan weer los.

Fotograaf onbekend

Tim Pardijs

Achter de arm van de voorzitter, die op is gestaan om de wethouder een hand te geven, zien we het halve hoofd van een zittende man. Hij trekt aan een sigaar. Deze man is te zien op een van de foto’s in de tentoonstelling Picture This!, nog tot en met 1 september in het Stedelijk Museum Zutphen. Veel van de foto’s komen uit de collectie van de fotografenfamilie Zeylemaker en zijn soms gemaakt voor de krant. De verhalen achter de foto’s zijn dan vaak ook bekend en worden in goed geschreven teksten verteld.
Sommige foto’s echter hebben een verhaal dat niet verteld wordt. Zoals dat van de zitten blijvende, sigaar rokende man; dat van het echtpaar waarvan de man met omhoog gewrongen mondhoeken en opengesperde ogen de lens in kijkt of dat van het kleine meisje met de dikke vlecht dat tussen allemaal mannen voor een neergestort vliegtuig staat. Hun verhaal is alleen gezien door de fotograaf, die als om het mysterie te vergroten, zelf ook vaak onbekend is.
Wel kennen we de naam van de maker van de allereerste Nederlandse foto. Verstopt in een la van het museum ligt deze ‘licht-teekening’. De afbeelding toont een half door struiken en bomen overwoekerde kerk of kasteel. Op het pad dat naar het bouwwerk leidt, is vaag een in het zwart gestoken mensfiguur met hoed te zien. Apotheker Willem Hallegraeff maakte deze foto, de figuur die op de foto staat blijft onbekend.

De dingen zijn alleen (10)

Tim Pardijs

Alsof ik jou vragen zou wanneer je voor het laatst echt gelukkig was, zegt hij. Maar waarom niet? Ik kan me wel een moment herinneren, van niet zo lang geleden. Ik liep de trap af en verbaasde me over de hoeveelheid licht in de woonkamer. Er was toch niemand? Ik pakte een mandarijn van de fruitschaal op tafel, duwde mijn nagel in de schil, trok die iets omhoog en scheurde de schil in grote stukken van het vruchtvlees. De schillen en het witte stammetje uit het hart van de mandarijn gooide ik in de prullenbak in de keuken, en terwijl ik terug liep naar de kamer, klopte het ineens. Geen opgezochte stilte, geen bedachte gedachten, geen complimenten; gewoon op een avond ergens tussen avondeten, thee, tandenpoetsen en bed, in de smalle doorgang tussen de keuken voor en de kamer achter in het huis, stonden de dingen om me heen precies zoals ik me voelde. Wat ik had, wat ik deed en wat ik was, de bank tegen de muur, de lamp boven de tafel, de boeken in de kast, het vloerkleed en de gordijnen, ik wist niet dat ze zo vriendelijk konden zijn.

Rechte rug (over Henriëtte Polak)

Tim Pardijs

De lijnen naast haar mond doen de aanzet van een glimlach vermoeden, maar haar lippen zijn recht en de perfecte bogen van haar wenkbrauwen staan hoog boven de ietwat geloken ogen. Haar linkerarm ligt in haar schoot, haar rechterarm rust op de leuning achter haar, waardoor ze in een rechte houding op de stoel zit. Joop Sjollema schilderde Henriëtte Polak in 1964, op haar eenenzeventigste, als een vrouw met ruggengraat. Een houding die haar vermoedelijk de Tweede Wereldoorlog door hielp. Toen ze in mei 1940 met haar man, de filosoof Leo Polak, probeerde te vluchten voor de binnenvallende Duitsers, toen ze kort daarna hoorde dat hij gearresteerd was, naar het concentratiekamp werd gebracht en daar overleed, toen ze moest vernemen dat haar dochter die in het verzet zat ook werd gearresteerd en in een kamp stierf en toen ze later zelf tijdens een razzia opgepakt werd en in kamp Westerbork terecht kwam, én toen ze daar toch weer vrijgelaten werd. Maar ook in de ongetwijfeld harde jaren na de oorlog moet ze telkens haar rug gerecht hebben om anderen, vooral kunstenaars, musici en ouderen, te helpen. Ze mag statig en koel overkomen, dit is een heldenportret.

De dingen zijn alleen (9)

Tim Pardijs

Vlak voor ze breekt en het gesprek stopt, vertelt ze over een tandenborstel. Een tandenborstel die Hertha Müller altijd in haar handtas had, omdat ze nooit wist wanneer ze opgepakt zou worden, en hoe lang ze dan van huis zou zijn. De vijfenveertig minuten voor dit intieme moment in de documentaire ‘Het alfabet van de angst’ tonen al een vrouw met een dunne stem, een breekbare gestalte gekleed in het zwart. Prachtig heeft filmmaker John Albert Jansen Müllers oogopslag vastgelegd, soms heel kort gemonteerd tussen twee langere shots. Haar blauwe ogen kijken snel over de rand van haar bril heen. Nog altijd is ze alert, controleert ze wie er in de kamer zit. Deze angst, opgedaan tijdens het communistische regime in Roemenië, besmet alles. Ook de taal, zoals ook die andere indrukwekkende schrijfster Antjie Krog vertelt. Taal is niet neutraal, ‘taal is wat er met mensen gebeurt’, zo zegt Müller in de documentaire. Het leven laat zijn afdruk achter in de taal. En in de dingen. Een tandenborstel in een handtas. Omdat je ook als je in de cel zit en telkens ondervraagd wordt, je je tanden wilt kunnen poetsen.

Schaarste

Tim Pardijs

Een paar tientjes. Zoveel is een van de meest waardevolle stukken van Musea Zutphen waard. Een paar tientjes in omgesmolten staat. Het gaat om een verzameling die te vinden is in een speciale vitrine in het deel van het museum dat de lokale geschiedenis vertelt. Vier oude schutterskettingen en vijf bekers van zilver, daar hebben we het over, sommige zeer fijn bewerkt. Het ereteken van de schutterskoning van Bronckhorst uit 1400 bijvoorbeeld, toont Sint Joris en de draak, met zwaard, muts, harnas en vooral de staart van de draak uitgewerkt tot in de kleinste details. Groot nieuws was deze collectie in maart 2013. Inbrekers drongen met grof geweld het museum binnen, en stalen het zilver. Vierenhalf jaar bleef het vervolgens stil rond deze roof, afgezien van de hoge beloning die een schadebedrijf namens de verzekering uitloofde voor de gouden tip over het gestolen zilver. Hoeveel precies werd niet bekend gemaakt, alleen dat het om een fors bedrag ging. Even spaarzaam met informatie waren politie en museum eind 2017 toen het zilver werd gevonden in Amsterdam. Agenten liepen ertegenaan tijdens een ander onderzoek, is alles wat we weten. Volgens de economische wetten vergroot deze schaarste aan gegevens de waarde van dit verhaal. Hetzelfde geldt voor het zilver. Inbrekers en politie hebben met de brutale diefstal en mysterieus gehouden vondst gewicht toegevoegd aan deze Zutphense zilvercollectie.

Thuis bij David Lynch (2)

Tim Pardijs

Een huisje en een boompje zijn te zien aan het begin van de korte film ‘Fire’ van David Lynch. Het bijna tien minuten durende werk maakt deel uit van de expositie ‘Someone is in my house’ die nog tot 28 april in Maastricht te zien is. Het huisje en het boompje zijn tweedimensionaal weergegeven, rustend op een hier en daar gebogen donkere overgang naar een lichtere achtergrond, een horizon. Een licht rondje verschijnt in de hemel. Zon. Totdat er een worm met een ronde kop uit komt kronkelen. De zon is een gat. Uit de kop van de worm komen twee handen, die weer twee ogen voortbrengen, die door de wereld met het huisje en het boompje zweven. Nadat ze verdwenen zijn, begint het zwarte ballen te regenen. Het landschap begint te trillen, het huisje en het boompje vatten vlam. Een onduidelijke vorm schuift nu van rechts het beeld in. Door een oogvormig gat zien we de vlammen bewegen, de ballen vallen. De vorm schuift naar achteren waardoor we hem compleet kunnen zien. Het is een masker, waar tranen uit de ogen beginnen te stromen. Op het moment dat het huilen begint, verdwijnen het huisje en het boompje en zien we een nieuw landschap, weergegeven in eenvoudig perspectief. Vooraan een kale boom, achteraan een fabriek. Twee grote handen bewegen over de ogen. Dan verdwijnen masker en ogen, en dansen er figuren met lange dunne poten en geweien van takken door het beeld; de beestjes.

Muren (13)

Tim Pardijs

Nu ik de tijd neem de mus te bekijken en op te schrijven hoe hij eruit ziet, hoe hij te werk gaat en wat hij aanricht, leer ik hem steeds beter kennen. Of moet ik zeggen herkennen? Ik raak er van overtuigd dat de mus niet afgelopen zomer ons huis binnen vloog, opgesloten raakte toen ik de ramen sloot en ons daarna begon lastig te vallen. De heen en weer schietende ogen, het onrustig bewegen van ledematen, het razen in de borststreek; het wekte me twee jaar geleden al een keer, midden in de nacht. Mijn rug was nat van het zweet, mijn ademhaling ging snel, mijn voorhoofd voelde koud van het vocht. Voorovergebogen zittend op de rand van mijn bed vroeg ik me af wat er over mij was gekomen. Mijn huid voelde vreemd. Het leek of er overal kleine kriebelende bultjes verschenen, alsof iets zich een weg naar buiten werkte. Wat had ik gezien, die nacht? Iets wat ik jaren niet had willen zien en wat me overrompelde. Ik stond op, dronk een glas water in de badkamer en keek in de spiegel. Het was alsof ik een masker op had: donkere kringen onder mijn ogen, die door de wijd geopende pupillen bijna helemaal zwart waren.

Thuis bij David Lynch

Tim Pardijs

Aangetrokken door de titel ‘Someone is in my house’ bezoek ik de overzichtstentoonstelling van David Lynch in Maastricht. Huizen zijn volgens de catalogus een terugkerend motief in Lynch’ beeldende werk. Het is echter wel zoeken naar sterke muren en waterdichte daken in alle jeugdtekeningen, schilderijen, lino’s, foto’s, films en objecten in een tiental ruimten in het Bonnefantenmuseum. Mensfiguren overheersen, altijd vervormd weergegeven: een te kleine poppenarm steekt uit een lichaam, zeven ogen in een bruine vormeloze klont, zwevende hoofden met een dunne ijzerdraad verbonden aan een lijf, een mens onder een parachute die na goed kijken ook weer een mens blijkt te zijn. En alles tegen donkere achtergronden. Op zelfportret ‘That’s me in front of my house’ geeft Lynch zijn huis weer in vier dunne lijnen, met de vinger in zwarte verf getrokken. Voor dit tweedimensionale huis staat een mensfiguur, met benen bijna zo hoog als het huis. Ook op andere werken zijn huizen klein en kwetsbaar; bijvoorbeeld een vage rechthoek met een wit vierkantje als raam. Lynch had naar eigen zeggen een gelukkige jeugd, maar leerde later dat bakstenen soms net zo goed van papier kunnen zijn, en dat je als naar binnen kijkt er veel is dat een thuis bedreigt. ‘Someone is in my house’. Misschien zijn wij die iemand soms zelf wel.

Muren (12)

Tim Pardijs

Met mijn rug tegen de schutting zit ik achterin de tuin. Op mijn schoot liggen notitieboek en pen. Ik kijk naar ons huis. Drie ramen met donkerblauwe kozijnen op de begane grond, twee met witte kozijnen op de eerste verdieping en daarboven de schuine grijze kap van het dak. Achter de ramen zie ik af en toe de glimp van de mus: een vleugel achter een raam beneden, een lichtbruin bolletje met een puntige bovenkant op de vensterbank boven, een schaduw die over een muur glijdt. Ik open het notitieboek, pak mijn pen en beschrijf zo nauwkeurig mogelijk hoe de mus eruit ziet. Maar elke keer als ik halverwege een zin ben, trekt hij zich weer terug in de schaduw van het huis. Laat hij zich daarna weer zien, dan ziet hij er totaal anders uit. Ik lees terug. Ik heb allemaal halve zinnen met steeds andere omschrijvingen: bruin én zwart, klein én groot, zacht én hard tjilpend, met vleugels of op poten. Ik wil hem beschrijven om hem te snappen. Als ik weet hoe hij eruit ziet en hoe hij zich gedraagt, kan ik voorkomen dat hij in de toekomst weer een ravage aanricht. Geen enkele beschrijving komt echter overeen met zijn volgende verschijning, en dus blijf ik schrijven.

Muren (11)

Tim Pardijs

Na het avondeten, op weg naar mijn werkkamer, hoor ik lawaai in een van de slaapkamers. Er valt iets op de grond, een harde stem, een kastdeur slaat hard dicht. ‘Ga weg!’ hoor ik als ik de deur open. Door de kier zie ik in het schemerdonker van de kamer dwarrelende veren. Ik hoor een zwaar ademen. Dan slaat de deur dicht. Ik loop weg, maar keer halverwege de overloop om en open zacht de deur. Ik stap naar binnen en sluit hem achter me. Ik ril. Zo groot als hij vandaag is, heb ik de mus zelden gezien. Hij staat middenin de kamer, zijn vleugels wijd uitgespreid, waardoor hij het raam voor een groot deel afdekt. Zijn ogen twee grote spiegels, zonder dat er iets in te zien is; ze zijn gitzwart en schieten heen en weer. De snavel doet me denken aan een schild als hij gesloten is, en aan een wapen als hij hem open spert. Een vuurrode tong kronkelt daar in de schaduw. Zijn veren liggen als lagen donkerbruine waaiers op zijn lichaam en zijn dikker dan normaal. Zijn klauwen verkreukelen het vloerkleed alsof het een vloeipapiertje is. Het bed, het bureau en de kledingkast lijken allemaal kleiner.