Vragen over tarieven, opdrachten of projecten die ik voor je kan doen? Ik hoor het graag!

 

t. 06-14661504

Twitter

Facebook

LinkedIn

KvK: 69686602

 

         

123 Street Avenue, City Town, 99999

(123) 555-6789

email@address.com

 

You can set your address, phone number, email and site description in the settings tab.
Link to read me page with more information.

live

Toespraak voor H.C. ten Berge

Tim Pardijs

Een blik uit een andere wereld

Toespraak voor H.C. ten Berge, vrijdag 21 juni 2019 uitgesproken door burgemeester Annemieke Vermeulen bij de benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

‘Kun je een geschiedenis, kun je een toespraak, wel met een vraag beginnen? Waarom vraag ik me dat af? Wat doet het ertoe hoe je begint? Het verleden is één groot vraagteken, de geschiedenis van het individu eveneens. Als er maar iets op volgt dat een handreiking biedt en veronderstellingen toelaat.’

Dit, dames en heren, zijn niet mijn woorden, maar die van H.C. ten Berge. U, meneer Ten Berge, had natuurlijk al gehoord dat ik de eerste regels van uw novelle Een Italiaan in Zutphen gebruikte om deze toespraak mee te beginnen. U adviseert hierin te beginnen met een handreiking, een handreiking die veronderstellingen toelaat.

Deze handreiking begint met uw geboortejaar, 1938, en geboorteplaats: Alkmaar. In Bergen werd u volwassen. Als schrijver debuterend met de dichtbundel Poolsneeuw in 1964 en vervolgens doorschrijvend met ongeveer één of meerdere boeken per jaar zodat het totaal aantal publicaties poëzie, romans, essays en vertalingen inmiddels bijna vijftig is. Het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, Ten Berge doceerde ook jarenlang moderne letterkunde aan de kunstacademie in Arnhem, heeft u niet doen stoppen met schrijven. Binnenkort verschijnt er zelfs weer nieuw werk. En daar mogen wij reikhalzend naar uitkijken, dames en heren, want na 55 jaar schrijverschap en het winnen van onder meer de Constantijn Huygens en de P.C. Hooft-prijs is Ten Berges creativiteit niet afgevlakt, zoals onder andere essayist Cyrille Offermans opmerkt, maar juist toegenomen. Hans ten Berge blijft zoeken naar vernieuwing en experiment, en wel op zo’n manier dat literaire stromingen en genres moeilijk op zijn werk toepasbaar zijn. Tegelijkertijd kent zijn oeuvre een zeldzaam sterke samenhang, waarin niet alleen duidelijk centrale thema’s zijn aan te wijzen maar waarin ook telkens wordt verwezen naar eerder beschreven details, personen, metaforen, zinsneden, óf locaties…

Zoals de kloostertuin in Zutphen. In twee van Ten Berges publicaties fungeert deze binnenplaats in het centrum van het Zutphen als expliciet decor. Bovendien kreeg een van de weinig autobiografische notities van Ten Berge de titel In een kloostertuin geschreven.

Het al eerder aangehaalde Een Italiaan in Zutphen kwam uit in 1991. Op het moment dat Dan Brown zijn potloden nog aan het slijpen was, schreef Ten Berge al een spannend en mysterieus verhaal vol historische en mythische verwijzingen. Het bekende Ten Berge-karakter Edgar Moortgat komt in aanraking met een Italiaanse schrijver die in Zutphen is voor een signeersessie. Langzamerhand komt Moortgat er achter dat de wereldberoemde auteur, die onder Ten Berges handen veel lijkt op Umberto Eco, een ongewone belangstelling heeft voor de Middeleeuwse incunabelen van de Librije. Het mysterieuze slot verklap ik hier natuurlijk niet.

In dit boek zegt de Italiaanse schrijver over zichzelf: ‘De geschiedenis is mijn voedingsbodem, maar het heden adem ik in. Het een is niet denkbaar zonder het ander.’ Woorden die net zo goed kunnen gaan over Hans ten Berge. In Een Italiaan in Zutphen bijvoorbeeld krijgt het klassieke Metamorfosen van Ovidius een geheel natuurlijk plek naast het werk van de Middeleeuwse filosoof Thomas van Aquino en de moderne verhalen van Umberto Eco, die tegelijkertijd op ironische wijze becommentarieerd worden. U laat in uw werk ‘voortdurend zien dat er tussen toen en nu meer overeenkomsten dan verschillen bestaan’, en u geeft ons daarmee een blik in andere werelden. Daarom ook mag u Hadewych uw tijdgenoot noemen, en spreekt u de namen van exotische goden uit met een gemak als u het over oude vrienden heeft, zoals poëzieredacteur Bertram Mourits beschrijft.

Hans ten Berge, dames en heren, ziet zichzelf slechts als een knooppunt ‘binnen een netwerk dat zich over alle perioden en culturen uitstrekt’, signaleert bevriend criticus Piet Gerbrandy. Dat blijkt ook uit het verhaal Schimmen in de kloostertuin, uit 1995. Op uitnodiging van Sir Philip Sydney komen drie Nederlandse dichters naar de Zutphense kloostertuin: Nescio, J.C. Bloem, en een derde figuur die de naam Transmontanus draagt. Als een groepje literaire hangouderen delen ze in de kloostertuin hun drank, dragen gedichten voor en praten over geschiedenis. Dat de schrijvers elkaar niet in de haren vliegen over historische en culturele gevoeligheden is vooral te danken aan de diplomatie van deze Transmontanus, in wie we Ten Berge herkennen. De goede verstaander had immers al gehoord dat Trans montanus ‘van de bergen’ in het Latijn is. De naam kan dus gelezen worden als een vertaling van zijn achternaam en verder groeide de schrijver op in Bergen.

Buiten zijn verhalen speelt hij eenzelfde verbindende rol, onder meer door in de jaren zestig literair tijdschrift Raster op te richten. In een tijd waarin Nederland vooral op zichzelf gericht was, zette Ten Berge de ramen van de soms wat muffe literaire wereld wijd open. Hij maakte ruimte voor ongehoorde stemmen vol experiment en presenteerde teksten van noordelijke en Zuid-Amerikaanse volken, een unicum in de Nederlandse literatuur. Daarnaast vertaalde hij vele buitenlandse dichters. Mede dankzij Hans ten Berge zijn schrijvers als Breyten Breytenbach, Jorge Luis Borges en Ezra Pound in Nederland geen onbekenden meer. Met veel van de door u vertaalde schrijvers onderhoudt u warme vriendschappen. Deze vanzelfsprekende en liefdevolle manier omgang met andere culturen mogen wij, dames en heren, als een voorbeeld nemen, juist nu het woord multicultureel steeds meer verbonden raakt met angst voor het onbekende. Het onbekende is voor Ten Berge juist iets om te onderzoeken, andere volken en hun vaak bedreigde tradities en verhalen zaken om te beschermen. De vaak ontwrichtende manier waarop de mens met de aarde en haar bewoners omgaat, wordt in uw werk aan de kaak gesteld en daarmee maakt u de wereld een beetje beter.

En dat begint al heel dichtbij. Ook al wordt u wel eens omschreven als knorrepot, uw naasten kennen u allemaal als een trouwe en hartelijke vriend: u kunt iemand die in de put zit, vol elan moed inspreken en in een paar woorden tot de kern van een waardevol advies komen. Uw brieven zijn, hoe kan het ook anders, boeiende epistels vol oprechte belangstelling en waardering. Met dezelfde warmte treedt u jonge schrijvers en studenten tegemoet als u ze vertelt over uw schrijverschap. U laat daarin telkens op meeslepende wijze zien dat schrijven geen carrière is. Het gaat dus niet om succes, maar om door de literatuur heen zin te geven aan je bestaan. Uw authentieke opstelling werkt bijzonder inspirerend. Openheid is een belangrijke karaktertrek van uw persoon en uw werk, of zoals u het zelf met uw heerlijke ironie in de bundel poëzievertalingen Op een mat van gele veren beschrijft: ‘de nieuwsgierigheidsleer die ook wel antropologie wordt genoemd: nieuwsgierigheid naar de mens en zijn rijke verbeelding, uitgedrukt in riten, mythen, liederen en wat daar zoal mee gepaard gaat.’

Terug naar Zutphen, dames en heren. Genoemde verhalen zijn een perfecte ingang in het oeuvre van Hans ten Berge. Schimmen in de kloostertuin is een verhaal vol grappen en Ten Berge-knipogen naar de geschiedenis, net als Een Italiaan in Zutphen, dat door critici alom werd geprezen om zijn lichtvoetigheid en speelsheid. Frans de Rover schreef erover in Vrij Nederland: ‘hij kan zelfs Zutphen op een zeer onderhoudende en zelfs overtuigende wijze de wereldliteratuur in schrijven.’ Want dat is precies wat hij doet met wat Stefan Hertmans ‘de toverhanden van een goed schrijver’ noemt: door Zutphen te verbinden met verhalen uit alle tijden, wordt onze stad een mythische plek, waar grenzen van plaats en tijd opgeheven zijn. We mogen er trots op zijn dat Zutphen dit in Hans ten Berge losmaakt. Zijn werk bewijst dat een stad met historie en traditie niet saai is, maar ook heel goed levendig en bruisend kan zijn. Zo zie ik Zutphen graag.

Schimmen in de kloostertuin eindigt op de Bult van Ketjen, waar Transmontanus met de zelfontspanner een foto wil maken van het inmiddels enigszins beschonken gezelschap schrijvers. ‘Heden en verleden zouden in een oogwenk worden vastgelegd’, denkt hij op dat moment. Om er enkele dagen later achter te komen dat hij alleen zelf op de foto staat. Vanmorgen is bij de Bult van Ketjen een nieuwe poging gedaan om het heden vast te leggen, met de onthulling van uw gedicht ‘IJsselbrug in de ochtend’, dat daar is aangebracht op de bastionmuur.

Voldoende handreikingen, voorlopig... De beginregels van Een Italiaan worden gevolgd door de volgende, die ik weer dankbaar als leidraad gebruik: ‘Er niet omheen draaien, dat is het belangrijkste. Er op de júiste manier omheen draaien, dat klinkt nog beter.’ Laat ik het dus zo zeggen: ik maak in mijn boekenkast met alle liefde ruimte voor een nieuw verhaal waarin u voor de derde keer het boeiende verleden en bruisende heden van Zutphen samen laat komen.

Om het slot van deze toespraak echter kan ik met geen mogelijkheid heen draaien. Al was het alleen al omdat ik deze woorden niet alleen namens mijzelf spreek. Al decennialang behoort u tot de belangrijkste schrijvers van het Nederlands taalgebied, u ontving daarvoor diverse prestigieuze prijzen, u introduceerde vernieuwende invloeden in de Nederlandse literatuur: erg belangrijk voor onze samenleving. Vanwege al deze redenen, en het volgende is heel bijzonder voor de gemeente Zutphen, heeft het Zijne Majesteit de Koning behaagd u te benoemen tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Tim Pardijs

Zutphen, juni 2019